12 april 2019

Tips voor de ramadan

Vanaf 6 mei is het alweer ramadan. Wie meedoet, mag ook geen medicijnen gebruiken tussen zonsopkomst en zonsondergang. Dat kan een probleem zijn voor mensen die medicatie gebruiken die meerdere malen per dag moet worden ingenomen. Vasten kan zelfs gevaarlijk zijn voor mensen met slecht ingestelde diabetes, voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes en voor mensen met risico op uitdroging. Hoe ga je hier in de apotheek mee om?

Risico’s voor diabetici

Met name voor mensen met diabetes type 1 en met diabetes type 2 met complicaties vormt de vastenmaand een risico. Overdag hebben zij een risico op hypo’s. De uitgebreide en koolhydraatrijke maaltijden laat in de avond kunnen ook zorgen voor ontregeling van bloedsuikergehaltes. Dit kan weer andere klachten induceren, zoals een verhoogde bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte of problemen met de schildklierwerking. Voor diabetespatiënten is het extra belangrijk om zich bewust te zijn van de risico’s en ervoor te kiezen gebruik te maken van hun dispensatie. Willen ze toch vasten, adviseer patiënten die insuline gebruiken dan om hun bloedsuiker extra te controleren en de hoeveelheid insuline daarop af te stemmen. Patiënten die orale diabetesmedicatie gebruiken, kunnen het best het tijdstip van inname overleggen met hun diabetesverpleegkundige. Het kan bijvoorbeeld ook nodig zijn de ochtenddosis te halveren.


Aanpassingen mogelijk

De regels voor vasten lijken streng, maar er kan op verschillende manieren invulling aan worden gegeven. Voor sommigen is het wel toegestaan om noodzakelijke medicatie in te nemen, voor anderen niet. Hetzelfde geldt voor niet-orale medicatie. Een slokje water is overdag voor de meeste moslims tijdens de ramadan niet toegestaan. Ook het spoelen van de mond na gebruik van inhalatiemedicatie wordt vaak overgeslagen, om te voorkomen dat er onbedoeld water wordt ingeslikt. Volgens anderen is het per ongeluk verbreken van het vasten echter geen zonde.

Aanpassing van de medicatie moet dus ‘op maat’ gebeuren, rekening houdend met de opvattingen, mogelijkheden en beperkingen. Probeer tijdens het gesprek met de patiënt na te gaan wat zijn of haar opvatting is en maak dan – op een bescheiden manier – duidelijk wat de risico’s zijn. De keuze blijft aan de patiënt. Voor aanpassing van de toedieningsvorm of de sterkte van de medicatie dient contact te worden opgenomen met de voorschrijver.

Lees de adviezen op het besloten deel van de website

UA is uitsluitend voor apotheekmedewerkers en is niet bedoeld voor consumenten