13 oktober 2017

Peter Wognum: "Stem je instructie af op degene tegenover je"

Plan voor betere therapietrouw bij gebruik inhalatiemedicatie

Nederlandse zorgverleners zijn ‘goed bezig’ met het verbeteren van het juiste gebruik van inhalatiemedicatie. Daarmee gaat de effectiviteit van de medicatie omhoog. De volgende stap is het verbeteren van de therapietrouw, want daar schort het nogal aan. De Longalliantie Nederland (LAN) is bezig met een ‘metaplan’ voor een aanpak in de hele keten.

Mensen met astma en COPD kunnen aanzienlijk minder last hebben van benauwdheid als ze inhalatiemedicatie gebruiken. Met goede onderhoudsmedicatie kunnen ze minder long- of astma-aanvallen krijgen. “Maar dan moeten ze hun medicatie wel goed gebruiken en op tijd gebruiken”, zegt apotheker Peter Wognum, die namens de KNMP in het bestuur zit van de LAN*.

Goed gebruik


Bij het inhaleren kun je veel fout doen, en het blijkt dat veel patiënten die fouten ook maken. 70% zou inhalatiemedicatie niet op de juiste manier gebruiken, berekende het NIVEL enkele jaren geleden. Daarom was de eerste stap van de LAN het verbeteren en eenduidig maken van de inhalatie-instructie.

Op de website inhalatorgebruik.nl zijn alle protocollen, inhalatie-instructies, gebruiksaanwijzingen en instructiefilmpjes van alle soorten inhalatoren en voorzetkamers te vinden. Alle betrokken beroepsgroepen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze eenduidige instructies, en deze worden ook door al deze beroepsgroepen gebruikt. Als het goed is, raadpleeg je deze site ook in de apotheek voor de juiste inhalatie-instructies. De site is ook ingebed in belangrijke portalen als apotheek.nl, thuisarts.nl en de KNMP Kennisbank.

En nu de therapietrouw


Aan het juiste gebruik is dus al veel gedaan. Maar gebruiken patiënten hun inhalator ook in voldoende mate? Slaan ze niet af en toe een keertje over? En als ze dat inderdaad doen, waarom dan? Om daar de vinger achter te krijgen, wordt gewerkt aan het Metaplan Versterken Therapietrouw Inhalatiemedicatie.

De therapietrouw voor inhalatiemedicatie blijkt laag te zijn: slechts 64% (Bron: Therapietrouw Monitor). Ook in de apotheek zie je regelmatig dat het schort aan therapietrouw bij patiënten die inhalatiemedicatie gebruiken. Met het risico dat ze eerder een terugval krijgen.

Drie i’s


Wapens in de strijd tegen therapieontrouw zijn de ‘drie i’s’: identificeren, interviewen en interventie:

  • identificeren welke patiënten moeite (zouden kunnen) hebben met therapietrouw. Hierbij heeft de apotheek een grote rol, bijvoorbeeld door analyse van de afhaaltrouw of door uitgiftegesprekken;
  • interviewen om het type therapieontrouw vast te stellen (zie het kader) en om vast te stellen welke barrières er voor de patiënt zijn;
  • interventie daarop afstemmen. Waarbij is de patiënt het meest geholpen? Een herinneringsapp, een duidelijk filmpje, of motivational interviewing om bepaalde denkbeelden te bespreken?


Rol voor apothekersassistenten


Apothekersassistenten hebben in dit geheel een belangrijke rol. Bij de identificatie, maar zeker ook bij het interviewen en de interventie.

Groepen die je kunt identificeren, zijn bijvoorbeeld mensen met angst voor medicijnen, degenen die het niet goed snappen of van wie je merkt dat ze moeite hebben met het inhaleren. “Vaak kun je die al helpen met een andere inhalator. Samen de inhalator uitzoeken die het best bij iemand past, dat is heel goed voor de therapietrouw”, aldus farmaceutisch consulent Trudy van Geffen. Zij heeft veel ervaring met de begeleiding van longpatiënten en is vanuit Optima Farma lid van de LAN-werkgroep.

Een heel ander voorbeeld: “Als iemand vaker een luchtwegverwijdend medicijn komt halen dan het corticosteroïd, moet er een lichtje gaan branden (identificeren). In het interview hoor je dan dat zo iemand alleen het luchtwegverwijdende middel ‘zo nodig’ gebruikt, en niet de onderhoudsmedicatie met het corticosteroïd, omdat dat veel duurder is. Dat zie je vooral bij jongere mensen, die hun eigen risico niet opgebruiken.”

Apothekersassistenten zijn heel goed getraind in de instructie, in het controleren van de techniek en in het bevestigd krijgen of de patiënt de methode goed toepast, vindt Wognum. “Bij het instrueren is het belangrijk om niet een standaard technisch verhaal te houden, maar om het verhaal af te stemmen op degene die je voor je hebt”, vertelt hij. “Dat is goed voor het juiste gebruik én voor de therapietrouw. Met motivational interviewing merk je wat bij een patiënt een probleem kan vormen en kun je ook de interventies op de patiënt toesnijden: de een heeft meer baat bij een filmpje dat hij thuis kan bekijken, de ander bij regelmatige controle.”

Interventies


Diverse apotheken werken met ICT-gestuurde methodes, zoals de MeMo-methode. Wognum: “Hiermee kun je patiëntenpopulaties selecteren die in aanmerking komen voor een bepaalde vervolgactie. Ze worden bijvoorbeeld uitgenodigd om de inhalatiemethode nog eens door te nemen, ze krijgen een vragenlijst om in te vullen of ze krijgen een instructiefilmpje opgestuurd.”

Levert dit extra werk op voor apothekersassistenten? Wognum: “Deze manier van patiënten begeleiden is wel intensiever, maar ook interessanter. Je wilt niet ‘plat afleveren’.”

*De Longalliantie Nederland (LAN) is een federatieve vereniging van ruim dertig beroeps- en patiëntenorganisaties en bedrijven, die zich hard maakt voor preventie van longziekten en het verbeteren van de zorg voor longpatiënten, met goed gebruik en therapietrouw als belangrijke speerpunten.

Lees het volledige artikel in UA 5-2017