13 februari 2018

Ook huisartsen schrijven nu DOAC’s voor - Waarop letten bij de uitgifte?

Nu ook huisartsen DOAC’s (of NOAC's)* voorschrijven volgens de NHG-Standaard Atriumfibrilleren, kun je in de openbare apotheek meer recepten voor deze middelen verwachten. 

Nu ook huisartsen DOAC’s voorschrijven volgens de NHG-Standaard Atriumfibrilleren, kun je in de openbare apotheek meer recepten voor deze middelen verwachten. Informatie over DOAC’s

DOAC’s worden vooral voorgeschreven bij boezemfibrilleren, of om precies te zijn: bij non-valvulair atriumfibrilleren (boezemfibrilleren waarbij de hartkleppen niet betrokken zijn). Dat is een hartritmestoornis waarbij het atrium (de boezem) veel te snel samentrekt. Daardoor bestaat het gevaar dat er bloed in de boezem blijft staan, waardoor het kan gaan stollen. Als zo’n stolseltje in de bloedbaan komt, kan dat mogelijk vastlopen en tot een beroerte leiden. Daarom moeten deze patiënten een antistollingsmiddel krijgen.

Ervaring en onderzoek

Toen de DOAC’s net nieuw waren, was er nog flink wat twijfel of deze middelen de vertrouwde acenocoumarol en fenprocoumon wel konden vervangen. Inmiddels is er veel ervaring en veel onderzoek uitgevoerd en vindt men de DOAC’s bij boezemfibrilleren gelijkwaardig aan cumarines. Ze zijn even effectief, geven wel een hoger risico op maag-darmbloedingen, maar een lager risico op intracraniële bloedingen. Voordelen zijn dat de patiënt niet meer naar de trombosedienst hoeft (ook een kostenbesparing) en dat de antistollingswaarde minder wisselt. Het mogelijke nadeel - optreden van grote bloedingen - is door onderzoek ontkracht; stoppen met een DOAC heft onmiddellijk de antistolling op en er zijn antidota beschikbaar gekomen. Wel is een goede therapietrouw van belang.

Bij de uitgifte

Het recept voor een DOAC hoeft niet meer van een specialist te komen. Voor de vergoeding is nog wel een artsenverklaring nodig, die juist moet zijn ingevuld en ondertekend. De normale zorgvuldigheidseisen blijven gewoon van kracht, dus bij een verminderde nierfunctie wordt de dosering verlaagd. Daarom moet de nierfunctie jaarlijks gecontroleerd worden, of bij een verminderde nierfunctie vaker. Ook bij kwetsbare ouderen of bij mensen met een laag lichaamsgewicht kan aanpassing van de dosis nodig zijn. Bij patiënten met veel andere aandoeningen en patiënten met polyfarmacie zal de huisarts niet snel een DOAC voorschrijven.

Is het nu te verwachten dat er geen cumarines meer worden voorgeschreven? Nee, volgens de NHG-Standaard bepaalt de huisarts samen met de patiënt welk antistollingsmiddel het meest geschikt is. Als patiënten tevreden zijn met de bestaande behandeling, wordt het omzetten van cumarinederivaten naar DOAC’s niet aanbevolen.


* DOAC: direct oraal anticoagulans; NOAC: nieuw of niet-vitamine-K-antagonerend anticoagulans