29 november 2018

Nieuwe regels in de vergoedingen

Met ingang van 1 januari 2019 gaat er het een en ander veranderen in de vergoedingsregels. Zulke veranderingen kunnen bij patiënten leiden tot vragen, en die stellen ze vaak aan de balie in de apotheek.

Dan is het fijn als je vroegtijdig op de hoogte bent. Als je weet welke vragen er kunnen komen, wat de juiste antwoorden zijn en waar je verder aan moet denken.

Twee nieuwe maatregelen

Er komen twee belangrijke veranderingen in de geneesmiddelenvergoedingen:

1. de eigen bijdrage wordt maximaal € 250,- Lees meer

2. paracetamol, vitaminen en mineralen en worden niet meer vergoed als ze in de betreffende sterkte ook als zelfzorgproduct beschikbaar zijn. Lees meer

Vroeg informeren

Optima Farma, de beroepsorganisatie van apothekersassistenten, heeft zich sterk gemaakt voor tijdige communicatie naar zowel de beroepsbeoefenaren als de consumenten. Met VWS is daarom afgesproken dat de beroepsbeoefenaren al begin november worden voorgelicht. Consumenten worden in de loop van december geïnformeerd.

“We vinden het belangrijk om het publiek goed voor te lichten over deze maatregelen”, beaamt het ministerie van VWS. “Dat kan veel discussie aan de balie besparen.” Daarom zijn de betrokken partijen zoals Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Optima Farma, de KNMP, de Consumentenbond, Patiëntenfederatie Nederland en de afdeling apotheekhoudende huisartsen van de LHV al vanaf augustus met elkaar in contact om samen af te stemmen hoe ze de consumenten zo goed mogelijk over deze maatregelen kunnen informeren. Zorgverzekeraars informeren hun verzekerden in hun polissen voor het nieuwe jaar over de maatregelen. Daarnaast worden consumenten verwezen naar de website ikregelmijnzorggoed.nl.

Medicatiebewaking onder druk

De uitstroom van paracetamol, vitaminen en mineralen kan naast vragen aan de balie ook gevolgen hebben voor de medicatieveiligheid, vertelt Trudy van Geffen, voorzitter van beroepsorganisatie Optima Farma. “Want hoe zit het met de medicatiebewaking als patiënten elders hun vitamines, mineralen en paracetamol kopen?” Ze geeft een paar voorbeelden waar de medicatiebewaking onder druk komt te staan.

  • Voor vitamine D en calcium geven wij advies over de dosering. Voor een goed advies vragen we naar voeding en leefgewoonten, maar in de apotheek letten we ook op overige medicatie die bij ons bekend is. Denk aan het gebruik van glucocorticoïden en het gebruik van bisfosfonaten, waarbij meer calcium en vitamine D nodig zijn. Ook kunnen wij in de apotheek zien of de eventuele andere  medicatie die iemand gebruikt, wel of niet gelijktijdig met calcium ingenomen mag worden.
  • Artsen raden soms aan om paracetamol te gebruiken naast een NSAID, zodat er een lagere dosering van het NSAID gebruikt kan worden. Dit moeten we wel controleren, en we moeten dus actief gaan navragen of iemand paracetamol gebruikt.
  • Mensen die langdurig een hoge dosering paracetamol gebruiken terwijl de dosering beter verlaagd kan worden, zijn straks niet zichtbaar. Denk aan ouderen en mensen met een verminderde leverfunctie. We moeten ons hiervan bewust zijn. 

Hier ligt een belangrijke rol en signaalfunctie voor het apotheekteam. “Blijf patiënten hierover informeren en leg het belang van goed gebruik van deze middelen uit”, raadt Trudy aan. “Vertel dat de apotheek alleen goede medicatiebewaking kan uitvoeren als in de apotheek bekend is welke pijnstillers en supplementen de patiënt gebruikt. Wat is eenvoudiger dan dat ze deze dan ook in de apotheek kopen?” De kosten in de gezondheidszorg zijn hoog, en natuurlijk moet er gekozen worden waar er mogelijk op bezuinigd kan worden, beaamt Trudy. “Maar deze maatregelen mogen niet ten koste gaan van de medicatieveiligheid.”