21 augustus 2015

Kinderziektes

"Mijn kind heeft allemaal vlekjes en het jeukt. Ga er maar aan staan; dat kan van alles zijn! Allergie, netelroos of misschien een van de ‘kinderziektes’. Met goed uitvragen kun je er achter komen wat er waarschijnlijk aan de hand is en of het nodig is naar de dokter te verwijzen. In UA vind je een handig overzicht.

Even terug naar het voorbeeld hierboven. Als het kind eerst koortsig en hangerig is geweest voordat de vlekjes opkwamen, is er grote kans dat het om een infectieziekte gaat; en vaak om een kinderziekte. Kinderziektes zijn ziektes die zo besmettelijk zijn, dat je er al op jonge leeftijd mee besmet wordt. Voor sommige aandoeningen kan dat niet zoveel kwaad. Die moet een kind doormaken. Andere kunnen ernstige complicaties met zich meebrengen of levensbedreigend zijn. Daarom zijn ze opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma en worden kinderen er al op jonge leeftijd tegen gevaccineerd. Vroeger waren infectieziektes belangrijke doodsoorzaken bij kinderen, maar dankzij het vaccinatieprogramma komen ze nu nog nauwelijks voor. Krijgt een kind de ziekte toch, dan verloopt deze minder ernstig. Alle ouders van kinderen tussen nul en negen jaar krijgen een oproep om hun kind te laten inenten. Deelname is niet verplicht, maar het blijkt dat 95% van de ouders hun kind laat inenten. Polio en difterie komen daardoor bijvoorbeeld in Nederland nog zelden voor. Maar mazelen, bof en kinkhoest kunnen ondanks het Rijksvaccinatieprogramma nog wel eens de kop opsteken. Vooral in gebieden met een lage vaccinatiegraad (waar minder dan 90% van de mensen is gevaccineerd) kan er dan een epidemie ontstaan.

Virussen en bacteriën


De meeste kinderziektes worden veroorzaakt door virussen. Dit geldt voor bof, mazelen, rodehond, waterpokken, vijfde ziekte en zesde ziekte. Maar er zijn ook bacteriële kinderziektes: kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk. Tegen deze bacteriën ontwikkelt zich geen blijvende immuniteit.

Ziektes die worden veroorzaakt door bacteriën blijven langer besmettelijk.

Het probleem met kinderziektes is dat een kind anderen al kan besmetten voordat het zelf ziek is of symptomen heeft. ‘Voorzichtig zijn’ met de contacten van een ziek kind heeft dan dus niet veel zin meer. De incubatietijd - dat is de tijd tussen het binnendringen van de ziektekiemen en de eerste ziekteverschijnselen - varieert van enkele dagen (bij roodvonk en zesde ziekte) tot enkele weken (bij waterpokken en bof).

Kinderziektes


De kinderziektes komen meestal voor bij kinderen tussen 1 en 6 jaar. Gewoonlijk verlopen ze zonder problemen. Het kind is wat hangerig, soms heeft het koorts en mogelijk vertoont het vlekjes. Er is meestal geen speciale verzorging nodig. Wel is het belangrijk het kind regelmatig te laten drinken en alert te blijven op mogelijk bijkomende verschijnselen. Zo nodig kan paracetamol worden gegeven bij koorts en een mentholgel bij jeuk (niet bij kinderen jonger dan 2 jaar).

Maar in bepaalde gevallen kunnen deze ziektes ernstig verlopen (vooral als iemand de infectie pas op latere leeftijd krijgt) en als er complicaties optreden kunnen ze zelfs gevaarlijk zijn. Zo kunnen bij mazelen complicaties voorkomen als bronchitis, oor-, long- en (zeldzaam) hersenontsteking. Polio kan leiden tot (‘kinder’)verlamming en de bof kan complicaties geven als zaadbalontsteking, ontsteking van de eileider of hersenvliesontsteking. Rodehond is berucht om de afwijkingen die het kan veroorzaken bij het ongeboren kind. Daarom mogen zwangere vrouwen die geen antistoffen hebben - omdat ze niet zijn ingeënt of de ziekte nooit eerder hebben doorgemaakt - niet in contact komen met het rodehondvirus. Maar ook bij diverse andere kinder-infectieziektes is het belangrijk op te passen met zwangere vrouwen.