25 juni 2014

Hepatitis: storing in de fabriek

Hepatitis - oftewel leverontsteking - is een aandoening met veel mogelijke oorzaken en soms ernstige gevolgen, vooral op de lange termijn. De bekendste en meest voorkomende oorzaak is overmatig alcoholgebruik; besmetting met een hepatitis-virus is ‘goede tweede’. Vooral bij infectie met hepatitis B en C kunnen de gevolgen op de lange termijn ernstig zijn. Welke soorten hepatitis zijn er en wat zijn de gevolgen?

De lever staat bekend als de chemische fabriek van het menselijk lichaam. Een fabriek met diverse productielijnen. Zo produceert de lever stollingseiwitten en andere eiwitten, gal dat nodig is voor de vetvertering, en cholesterol dat onder andere nodig is voor de celwanden. Er is ook een ‘afdeling afvalverwerking’, waar giftige of onnodige stoffen worden afgebroken. Verder zorgt de lever ervoor dat we een koolhydraatvoorraad hebben in de vorm van glycogeen en worden er vitaminen, ijzer en andere mineralen opgeslagen.

Als er in zo’n veelzijdige fabriek een grote storing optreedt, kan er dus heel wat misgaan in het lichaam. Bijvoorbeeld als de lever ontstoken raakt. Een leverontsteking - oftewel hepatitis - kan allerlei oorzaken hebben, zoals (overmatig) gebruik van bepaalde gifstoffen (alcohol, medicijnen, drugs of toxinen). Ook een infectie met bacteriën, schimmels of parasieten kan leiden tot een leverontsteking. In de meeste gevallen wordt een infectie van de lever echter veroorzaakt door een virusinfectie.

Sluipend begin, ernstig gevolg


De lever is een groot orgaan met een flinke reservecapaciteit; als een deel is aangetast kan een ander deel vaak nog de nodige functies uitvoeren. Daardoor wordt een leveraantasting vaak pas laat opgemerkt en zijn algemene verschijnselen zoals vermoeidheid en lusteloosheid aanvankelijk de belangrijkste symptomen. 

Bij een sterkere aantasting kan bilirubine (een afbraakproduct van hemoglobine uit oude rode bloedcellen) niet meer goed worden verwerkt. Dit kan geelzucht veroorzaken. Een overmaat aan bilirubine veroorzaakt een gelige huid, gelig oogwit, bleke ontlasting en donkere urine. Geelzucht treedt echter niet alleen op bij ernstige hepatitis, maar bijvoorbeeld ook als de galafvoer geblokkeerd is. Ook kan de lever langdurig worden aangetast en ontstaat er littekenweefsel. We spreken dan van fibrose of - nog ernstiger - van cirrose. Waar fibrose of cirrose aanwezig is, kan de lever zijn functies minder goed uitoefenen. Ook kan dan leverkanker ontstaan, een risico dat vooral aanwezig is bij infectie met de hepatitisvirussen B en C.

Bloed en ontlasting


De hepatitisvirussen zijn biologisch gezien verschillend, maar het ‘gedrag’ en de gevolgen van de types B en C komen sterk overeen. Beide worden overgedragen via besmet bloed; beide veroorzaken in een minderheid van de gevallen acute verschijnselen, maar ze hebben beide wel ernstige gevolgen op de lange termijn. Die overdracht via bloedcontact kan op veel manieren plaatsvinden: via een transfusie (pas sinds 1990 kan het bloed op het hepatitis C-virus getest worden), via medische ingrepen of tatoeëren, door beten en door het delen van injectienaalden, scheergerei of tandenborstels. Een besmette zwangere vrouw kan de infectie bij de geboorte doorgeven aan haar kind. Ook bij seks - met name bij anale seks - kan bloedcontact optreden. Vooral het hepatitis B-virus kan heel makkelijk via seksueel contact worden overgedragen en wordt dan ook als een SOA beschouwd. Het hepatitis C-virus is bij seksueel contact minder besmettelijk en valt niet onder de SOA’s. 

Bij de overdracht van hepatitis A is niet bloed de boosdoener, maar ontlasting. Besmetting vindt plaats via de mond. Voor dit virus moeten we dan ook oppassen in landen waar geen goed rioolstelsel is. Fruit gewassen met vuil water, onvoldoende verhit voedsel en eetgerei dat niet goed schoon is, kunnen besmettingsbronnen zijn. Ook in de zorg of bij (anale) seks kan contact met besmette ontlasting het hepatitis A-virus verspreiden.

‘Griepje’


Eigenlijk zien we in Nederland zelden iemand met een acute hepatitis. Meestal zijn er aspecifieke klachten; ‘een griepje’, zou je kunnen zeggen. Geelzucht treedt lang niet altijd op: bij ca. 30% van de mensen die geïnfecteerd zijn met hepatitis B en 10% van degenen met hepatitis C slechts 10%. Bij hepatitis A komt geelzucht wel vaker voor, vooral bij volwassenen.

Chronisch of niet


Het beloop op de lange termijn is heel verschillend voor de verschillende virussen. Het ene virus (A) verdwijnt, terwijl B en C levenslang in het lichaam aanwezig kunnen blijven en hun tol kunnen eisen.

  • Hepatitis A: Deze infectie geneest vanzelf en wordt niet chronisch. Iemand met een hepatitis A-infectie is besmettelijk vanaf één week voordat de symptomen optreden en gedurende de hele ziekteperiode. Wie de infectie heeft doorgemaakt, is levenslang beschermd en kan geen anderen meer besmetten.
  • Hepatitis B: Na infectie met hepatitis B bij volwassenen herstelt 95% van de geïnfecteerden, maar bij 5% wordt de ziekte chronisch. Mensen die op jonge leeftijd zijn besmet, hebben een groter risico op chroniciteit. Deze mensen blijven drager van het virus en hun bloed kan dus anderen besmetten. Na tientallen jaren kunnen zij levercirrose of zelfs leverkanker krijgen.
  • Hepatitis C: Bij Hepatitis C wordt 80% van de infecties chronisch. Na twintig tot veertig jaar kunnen de verschijnselen van fibrose en cirrose optreden en in een later stadium ook leverkanker. Ook hier bestaat het gevaar dat het bloed van een virusdrager andere mensen besmet.


Een grote bron van zorg over chronische hepatitis C en B is dat een grote groep mensen is geïnfecteerd zonder dat zij zich dat bewust zijn. Ooit een injectie met een niet-steriele naald gehad? Eén keer geëxperimenteerd met drugs? Een transfusie gehad met besmet bloed…? Naar schatting is meer dan de helft van de 70.000 chronische dragers van hepatitis B of C in Nederland er niet van op de hoogte dat zij virusdragers zijn.