21 augustus 2015

De hoofdluis, een selectieve gast

Na de vakantie is het op de scholen weer oppassen geblazen voor hoofdluis. Dit keer bekijken we het diertje eens van dichtbij: van kop (waarmee ze bloed opzuigen) tot teen (waarmee ze zich vastklampen aan de haren), en nog verder: het achterlijf waaruit al die neten komen.

Wist je dat onderzoekers hebben gevonden dat Europese hoofdluizen minder houvast hebben aan krullend haar? Dat hoofdluizen het liefst dicht bij de hoofdhuid zitten? En dat meer meisjes met lang haar hoofdluis hebben dan meisjes met kort haar? Selectieve gasten dus, die hoofdluizen!

Hoofdluizen behoren tot de insecten. Het zijn ‘ongewervelde dieren’. Ze hebben dus geen botjes, maar halen hun stevigheid uit een harde huid. Andere kenmerken van insecten - en dus van hoofdluizen - zijn dat ze zes poten hebben en dat hun lijf uit twee stukken bestaat: een kop-borststuk en een achterlijf.

Van kop…


Die kop bevat twee ogen, maar daarmee kunnen hoofdluizen nauwelijks iets zien. Ze hebben meer aan hun antennes, voelsprieten. Hoofdluizen voeden zich met mensenbloed en nemen drie tot zes keer per dag een ‘bloedmaal’. Daarvoor hebben ze een zuigbuis, een soort uitgegroeide lippen. Het is een vervaarlijk instrument, want aan de voorzijde zitten zaagtandjes om de huid open te zagen. Net als muggen en andere bloedzuigende beestjes, spugen ze eerst een beetje speeksel naar binnen, met daarin een antistollingsmiddel, zodat het bloed vloeibaar blijft terwijl het wordt opgezogen. Vrouwtjes drinken aanzienlijk meer bloed dan mannetjes, omdat zij meer voedsel nodig hebben om de eitjes te produceren. Zonder eten (bloed dus) kan een hoofdluis ongeveer twee dagen blijven leven.

Tot teen…


Alle zes de poten zitten aan het borststuk, het voorste stuk dus. Aan het eind van de poten zitten grijpklauwtjes waarmee de volwassen diertjes zich aan de haren kunnen vastklampen. Bij de nimfen zijn de pootjes nog niet zo goed ontwikkeld. Die zitten vaak rustig op de hoofdhuid. Volgens sommige onderzoekers zijn de klauwtjes van Europese hoofdluizen anders van vorm dan die van Afrikaanse luizen. Die van Europese hoofdluizen zijn beter aangepast aan de gladde ovalen haren van blonde mensen, terwijl Afrikaanse hoofdluizen meer houvast hebben aan het plattere kroeshaar. Negroïde mensen zouden in Europa minder snel hoofdluis krijgen, omdat ‘onze’ diertjes niet goed houvast hebben aan hun haren.

De poten worden ook gebruikt om over te lopen van het ene hoofdje naar het andere. Als kinderen gezellig met hun hoofdjes bij elkaar stoeien of zandtaartjes bakken, kunnen hoofdluizen emigreren naar een ander hoofd. Maar niet alleen bij kinderen gebeurt dat, ook steeds vaker bij jongeren en volwassenen die met de hoofden dicht bij elkaar zitten, bijvoorbeeld om selfies te maken. Springen kunnen de hoofdluisjes niet met deze poten, en zeker niet met dat dikke achterlijf.

En nog verder


Dan komen we bij het achterlijf. Dat is dikker dan het voorstuk en het bestaat uit segmenten. Hier zitten de darmen en voortplantingsorganen van het beestje. Tijdens de paring zit het vrouwtje op het mannetje. Doordat het achterlijf uit segmenten bestaat, kan het goed omhoog worden gekruld en zo kan het mannetje het vrouwtje bevruchten. Beide blijven goed in positie doordat speciale haakjes aan de voorste poten van het mannetje precies in gleufjes in de achterste poten van het vrouwtje passen. Uit het achterlijf van het vrouwtje komen direct na de bevruchting 5-10 eitjes (neten), voorzien van een eiwitlaag die hard wordt en zo de neet aan het haar plakt. Met een dagelijkse paring kan een vrouwtje gedurende haar leven - dat ongeveer een maand duurt - zo'n 100-200 eitjes afzetten.

Lekkere plekjes


Hoofdluizen zitten het liefst op donkere, warme, vochtige plekjes. Daarom kun je een besmetting vaak achter de oren constateren. Om te overleven mogen de diertjes het niet te koud en niet te warm hebben. Als het te koud wordt - bijvoorbeeld als de gastheer overlijdt -, maar ook als het te warm wordt - als de gastheer koorts heeft -, zoeken ze hun heil elders. Ook voor de neten is de temperatuur belangrijk. Als ze te ver van de huid worden afgezet, is de temperatuur te laag en zullen ze niet uitkomen. Selectieve gasten dus.