29 november 2018

Crohn en CU – Zoeken naar behandeling

De juiste medicatie vinden is voor mensen met Inflammatory Bowel Diseases (IBD) vaak een enorme zoektocht.

Elke patiënt met IBD (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa) laat een andere inflammatoire darmziekte zien. Dat maakt de behandeling lastig. Grofweg zijn er twee fasen in de behandeling. In de eerste fase gaat het om het verminderen van de acute ontsteking. Dit wordt inductiebehandeling genoemd en duurt zo’n acht tot twaalf weken. De tweede fase - de onderhoudsbehandeling - is gericht op het voorkomen van nieuwe opvlammingen. Therapietrouw aan de onderhoudsbehandeling helpt opvlammingen tegen te gaan. Als de ziekte opvlamt, volgt weer een inductiebehandeling.

Bij colitis ulcerosa wordt vaak begonnen met mesalazine. Verder wordt bij de inductiefase en bij de behandeling van opvlammingen gebruikgemaakt van corticosteroïden. Bij de opvlammingen gaat het vaak om middelen die lokaal in de darm werken, zoals budesonide, beclomethason en betamethason.

In de onderhoudsfase wordt het corticosteroïd geleidelijk vervangen door immuunsuppressiemiddelen die de afweer onderdrukken, met name azathioprine, mercaptopurine, tioguanine, methotrexaat en ciclosporine.
Blijft er ziekteactiviteit dan schrijft de MDL-arts biologische geneesmiddelen (biologicals en biosimilars) voor zoals infliximab, adalimumab, en ustekinumab. Deze middelen blokkeren heel specifiek bepaalde delen van het ontstekingsproces. Sinds 2016 zijn er biosimilars op de markt, die gelijk zijn aan het originele biologisch middel en die dezelfde werking hebben. Er zijn voor mensen met een chronische darmziekte inmiddels al verschillende biosimilars van infliximab en adalimumab beschikbaar.



Lees het volledige artikel in UA 6-2018. Daarin staan ook de symptomen en de epidemiologie van IBD en de op handen zijnde verbeteringen in diagnostiek en behandeling.

Personalized medicine

Biologicals hebben gezorgd voor een flinke verbetering in de behandeling, al zijn ze ook niet zaligmakend”, aldus Tineke Markus, directeur van de Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland (CCUVN). Ze heeft zelf al 25 jaar de ziekte van Crohn. “Maar bij sommige mensen verliezen de medicijnen na een tijd hun werkzaamheid.” Er worden nog steeds nieuwe medicijnen ontwikkeld, die veel specifieker werken op een bepaald deel van de darm. Zo zijn er diverse vormen van mesalazine en van budesonide die op specifieke delen van de darm werken: alleen de dikke darm, een deel van de dunne darm en de dikke darm of in de hele darm. “Dat is waar we in de toekomst naar toe gaan: personalized medicine.”

Preferentie en substitutie

Door het preferentiebeleid krijgen patiënten soms medicijnen van een ander merk dan ze gewend zijn. Dat kan voor patiënten met IBD verkeerd uitpakken, vertelt Markus: “Ook al gaat het om dezelfde werkzame stof; met andere hulpstoffen kan de afgifte veranderen. De impact is enorm als je bijvoorbeeld een geneesmiddel krijgt dat door een andere coating op een andere plaats in je darm vrijkomt.” Ze vindt het dan ook een kwalijke zaak dat voor bijna de helft van de recepten met ‘medische noodzaak’ (MN) toch een ander merk wordt afgeleverd, zoals bleek uit een onderzoek van veertien patiëntenorganisaties, waaronder CCUVN. “Dat is voor de therapietrouw niet erg bevorderlijk”, zegt Markus. “Voor patiënten met IBD maakt het heel veel uit welk middel ze krijgen, en de vermelding MN is juridisch bindend.” Voor orale mesalazinepreparaten is in de KNMP Handleiding Geneesmiddelsubstitutie vastgesteld dat deze niet zonder overleg met de arts mogen worden omgezet.

Meer informatie: https://www.crohn-colitis.nl/