12 oktober 2018

A-teams tegen onjuist gebruik van antibiotica

Bacteriën die resistent worden voor antibiotica zijn een groeiend probleem voor de gezondheidszorg. Om dat te lijf te gaan, zijn in alle ziekenhuizen ‘A-teams’ ingesteld.

Apotheker-onderzoeker Inger van Heijl is lid van het A-team van Tergooi en vertelt over de maatregelen en acties van het team.

A-teams houden bij wat er aan antibiotica wordt voorgeschreven en bij welke indicaties. Ook controleren ze de resistentieniveaus in het ziekenhuis. Inger van Heijl: “Als A-team controleren we welke antibiotica zijn voorgeschreven en of dit bij de juiste indicatie, in de juiste dosering en met de juiste duur was. Daarnaast controleert de arts-microbioloog of er ook kweken zijn ingezet voor de diagnostiek. Ook controleren we het voorschrift bij ziektebeelden waarin antibiotica vaak onjuist worden voorgeschreven en waarin structurele verbeteringen mogelijk zijn, zoals longontstekingen en bij infecties met Staphylococcus aureus. Afhankelijk van onze bevindingen overleggen we over het beleid met de voorschrijver.”


Speerpunten

Er zijn drie ‘nationale speerpunten’.

1. Toezicht op het gebruik van reserve-antibiotica (dat zijn antibiotica die een brede dekking hebben en waartegen nog weinig resistentie bestaat). Het A-team controleert of deze niet te makkelijk worden gebruikt, dus of ze zijn voorgeschreven bij de juiste indicatie. “Zo niet, dan koppelen we dat terug aan de voorschrijver, vaak met advies voor een ander antibioticum”, vertelt Van Heijl. Tot de reserve-antibiotica horen bijvoorbeeld de derde- en vierde generatie cefalosporines en de carbapenems.

2. Bevordering van de i.v.-orale switch, oftewel: sneller overstappen van intraveneuze antibiotica op orale antibiotica. Van Heijl: “We krijgen automatisch een melding als een patiënt 72 uur intraveneuze antibiotica krijgt en de infectieparameters aan het dalen zijn. Dan adviseren we de behandelaar om orale behandeling te overwegen. Enerzijds omdat intraveneuze toediening risico geeft op flebitis (aderontsteking) en op andere infecties van buiten via het infuus, anderzijds omdat het patiëntvriendelijker (bewegingsvrijheid) en kosteneffectiever is. Intraveneuze toediening is soms nodig omdat bij een ernstige infectie de darmperistaltiek verminderd kan zijn, waardoor orale medicatie minder goed wordt opgenomen.” 

3. Bedside-consult voor S. aureus-bacteriëmie. De bacterie Staphylococcus aureus komt overal voor, maar kan bij mensen met een verzwakte weerstand in het bloed terechtkomen. Dan bestaat het risico dat de bacteriën de binnenkant van het hart en de hartkleppen infecteren (endocarditis), met een grote kans op overlijden. Van Heijl: “Daarom is er een strikt protocol voor de behandeling van deze patiënten en voor de diagnostiek (testen, scans, kweken, enz.) die gedaan moet worden. Uit onderzoek was gebleken dat die richtlijnen in veel ziekenhuizen slecht werden gevolgd. Daarom nemen de A-teams de leiding bij de diagnostiek en behandeling. Zij bewaken de procedures en dat verbetert de zorg en de uitkomsten.”

Lees meer in UA 5-2018