Houd je vakkennis up-to-date en neem elke dag een kijkje op www.ua.nl. Zo kun je jouw klanten nog beter adviseren!

Patiƫnten gaven hun apotheek begin 2016 gemiddeld een 8! Waarover waren ze tevreden en wat valt er nog te verbeteren?bit.ly/1syVXNn

     
 
Optimafarma

Home>Professionals aan het woord>Kinderpsychiater dr. Pieter de Nijs: "ADHD-medi...

Professionals aan het woord

Kinderpsychiater dr. Pieter de Nijs: "ADHD-medicatie is goed onderzocht"

18 augustus 2017
Deel met je vrienden
 
Kinderpsychiater dr. Pieter de Nijs: "ADHD-medicatie is goed onderzocht"

ADHD is géén mode, géén hype, géén gevolg van een slechte opvoeding, ADHD is een bestaande aandoening met diagnostische criteria en overwegend biologische oorzaken. Dat wil dr. Pieter de Nijs, kinderpsychiater bij het Sophia Kinderziekenhuis (Erasmus MC) in Rotterdam benadrukken. “Je moet kinderen met ADHD geen behandeling onthouden, daarmee benadeel je ze. Bij diabetes stop je toch ook niet met de insuline.”

Natuurlijk, niet ieder druk kind heeft ADHD, maar een arts of psycholoog stelt de diagnose op basis van vaste criteria. Minimaal zes verschijnselen op het gebied van onoplettendheid/ concentratieproblemen en/of minimaal zes op het gebied van hyperactiviteit/ impulsiviteit moeten lange tijd aanwezig zijn in een mate die niet past bij het ontwikkelingsniveau. Ook is belangrijk of de verschijnselen zich uiten op meerdere plaatsen en of het functioneren wordt belemmerd, vertelt De Nijs.

Inhaaleffect

Dat ADHD tegenwoordig meer lijkt voor te komen, is waarschijnlijk grotendeels een inhaaleffect. “Vroeger had je ook drukke kinderen, maar de diagnose ADHD bestaat pas sinds de jaren tachtig”, legt De Nijs uit. Sinds die diagnose er is, wordt er meer behandeld en minder afgedaan als opvoedingsproblemen; dat verklaart waarschijnlijk een groot deel van de stijging van het gebruik van ADHD-medicatie de laatste decennia. Sinds 2015 lijkt er echter een daling op te treden, die door de staatssecretaris van VWS werd omarmd als welkom teken van ‘demedicalisering’. De Nijs is het niet met hem eens. “Je moet kinderen die het nodig hebben geen behandeling onthouden, daarmee benadeel je ze. Ze kunnen dan slechter meekomen op school, hebben leerproblemen, halen hun diploma niet, maken een slechte start in de maatschappij, worden gepest door klasgenootjes, krijgen steeds ‘op hun kop’- of ervaren dat zo. Je helpt zo’n kind enorm door het te behandelen: met gedragstherapeutische methoden, aanpassingen op school, begeleiding van de ouders en zo nodig ook medicatie. De terugloop van het gebruik van ADHD-medicatie sinds 2015 zou kunnen betekenen dat kinderen met ADHD sinds de invoering van de Jeugdwet niet altijd de behandeling krijgen die nodig is.”

De behandeling van ADHD bestaat in de eerste plaats uit coaching en psycho-educatie van de ouders. Psycho-educatie houdt in dat de ouders informatie krijgen over het ziektebeeld en adviezen over met welke maatregelen ze het kind structuur kunnen bieden. Ook voor school worden aanpassingen geadviseerd, bijvoorbeeld dichtbij de leerkracht zitten, op een plek waar minder afleiding is, hulp bij het plannen en indelen van het werk op school en het huiswerk, een extra begeleider in de klas, soms overgaan naar speciaal onderwijs, waar de klassen kleiner zijn en de prikkels beperkt worden e.d.
Als dat niet voldoende helpt, komt de medicatie.

Behandelladder

Methylfenidaat is de eerste keus en helpt 70% van de kinderen met ADHD, vertelt De Nijs, in combinatie met de juiste ondersteunende maatregelen. Eerst wordt de juiste dosis gezocht door laag te beginnen en de dosis telkens een beetje te verhogen tot er effect is - of eventuele bijwerkingen hinderlijk worden. Dat kan een aantal weken duren. Maar als de dosering voldoende is, kun je meteen merken of de medicatie iets doet.

Methylfenidaat kan worden gebruikt als kortwerkend middel of in langwerkende vorm. Als methylfenidaat geen effect zou hebben, komt dexamfetamine in aanmerking, vervolgens atomoxetine en daarna is clonidine een optie (off-label).

In de praktijk

Meestal merken de ouders en/of de leerkrachten het goed als medicatie aanslaat. Oudere kinderen kunnen het effect zelf aangeven met uitspraken als ‘Ik kan me beter concentreren’ en ‘Het is nu rustiger in mijn hoofd’.

Naarmate het kind ouder wordt en in gewicht toeneemt, moet je er alert op zijn of de dosis nog wel klopt, adviseert De Nijs. Daarom is het belangrijk dat een recept niet jarenlang wordt voortgezet zonder het kind te zien. Na een paar jaar kunnen ouders of kinderen in samenspraak met en onder de behandelverantwoordelijkheid van de arts ook proberen of de medicatie nog nodig is of dat het met een lagere dosis toe kan. Een kind kan namelijk als het ware ‘over ADHD heen groeien’, al zijn er ook mensen die er tot in de volwassen leeftijd last van houden.

Best onderzocht

Soms hebben ouders er best moeite mee dat hun kind medicatie moet gebruiken, geeft De Nijs toe. Maar methylfenidaat is een van de best onderzochte middelen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. “De effectiviteit en de veiligheid zijn goed onderzocht, en ook voor de lange termijn is er veel ervaring met behandeling met methylfenidaat. Vooral bij kinderen is methylfenidaat goed onderzocht. Als het middel in de media wordt besproken, dan is dat meestal ten onrechte negatief. Dan moet ik daarna praten als Brugman om die - vaak ongenuanceerde - praatjes te ontkrachten.” Iets dat je in de apotheek bekend zal voorkomen.

Lees het volledige artikel in UA4-2017

Zie ook Tips en adviezen bij ADHD

Bron: UA 4-2017
 
 

Terug naar het overzicht

Deel met je vrienden
 

Bekijk ook:

Klik om te bladeren! Bekijk UA nummer 4 online >
Ontvang je UA nog niet thuis?
Registreer je dan hier
banner-pharmalead-rechts1705-NL201_Iberogast_Banner_UAenLijfblad_basis_210bx170hpx_v7_nieuwe fles